Een metodo classico van pure Nebbiolo, saignée gemaakt en vierentwintig maanden op de gist. Zeldzaam: de druif van Barolo en Barbaresco levert hier een rosé met rood fruit, brioche en tanninegreep.
Bleek koraalroze met een fijne, gestage mousse. In de neus aardbei en framboos, met daarachter de brioche van twee jaar gistrijping en een kruidige, licht rozige draai die onmiskenbaar aan Nebbiolo herinnert. De mond is droog en levendig: het rode fruit wordt door de bubbel gedragen zonder zoet te worden, en halverwege komt er een zoutige mineraliteit bij die de wijn richting eten duwt. In de afdronk blijft een lichte tanninegreep hangen die deze rosé steviger maakt dan zijn kleur belooft. Schenk hem op 7 tot 9 graden. Aan tafel kan hij aanzienlijk meer aan dan een aperitief van hem vraagt.
Cantina Francone werkt sinds 1892 vanuit Neive, midden in de Barbaresco. Vijf generaties later leiden Marco en Fabrizio Francone het familiebedrijf, dat zijn naam vooral dankt aan de Gallina-heuvel: een zuidgerichte cru die op de historische crulijst van Renato Ratti staat.
Voor deze rosé wordt de Nebbiolo eind augustus geplukt, weken eerder dan voor een Barbaresco, met hogere zuren en lagere suikers. Dat is een bewuste keuze, geen restant van een tegenvallend jaar.
De wijn ontstaat volgens de saignée-methode: na een korte weking op de schillen wordt een deel van de most afgetapt, waaraan de wijn zijn bleke kleur en zijn spoor tannine dankt. Vergisting gebeurt op 16 graden, en een vijfde deel rijpt op eiken vaten.
De tweede gisting volgt in het voorjaar na de oogst, waarna de fles vierentwintig maanden op de gist blijft liggen. Het resultaat kon uit geen andere streek komen dan Piëmont.