Arneis van klei en kalk in Neive, volledig op staal gemaakt. Citrus en witte perzik, een strakke afdronk en een amandelbittertje — de klassieke witte wijn van de Langhe, en dé aspergewijn.
Bleek strogeel met een lichte glans. De neus is fris en direct: citrusschil, witte perzik en groene appel, met daarachter een bloemige toon van meidoorn en een vleugje amandel. In de mond is de wijn droog en strak, met een zuur dat de aanzet meteen richting geeft en een middenstuk dat licht van bouw blijft. Halverwege komt er een kalkachtige, bijna zilte toets bij die je op de kleibodem met kalksteen kunt terugvoeren. De afdronk is middellang en sluit af met het amandelbittertje dat bij deze druif hoort. Schenk op 8 tot 10 graden. Met asperges is dit een van de weinige combinaties die echt vanzelf werkt.
Cantina Francone werkt sinds 1892 vanuit Neive, midden in de Barbaresco. Vijf generaties later leiden Marco en Fabrizio Francone het familiebedrijf, dat zijn naam vooral dankt aan de Gallina-heuvel: een zuidgerichte cru die op de historische crulijst van Renato Ratti staat.
De Arneis staat in Neive, op de rechteroever van de Tanaro. De bodem daar is een mengsel van klei en kalksteen, en dat verschil is in het glas te volgen: de kalk geeft de wijn zijn frisheid en zijn strakke lijn, de klei houdt hem overeind.
Geplukt wordt met de hand in de tweede helft van september, laat genoeg voor rijp fruit en vroeg genoeg om het zuur te behouden — bij deze druif een smalle marge.
Daarna langzaam en zacht persen, geleidelijk vergisten op 16 graden, en een korte rijping op roestvrij staal. De wijn wordt jong gebotteld, want alles wat hier telt is er meteen al.