De 93-punter van Vinous, maar dan in anderhalve liter. Een magnum rijpt trager en gelijkmatiger, en juist bij een jaargang met dit uithoudingsvermogen loont dat.
Robijnrood met de eerste granaatrode gloed. De neus is levendig en precies: heldere framboos en kers, daarachter munt en kruidnagel, en een kruidige ondertoon van gedroogde bloemen. In de mond zijdezacht van textuur, met sappig rood fruit dat door herfstige specerijen wordt gedragen; de tannines zijn grippig genoeg om ontwikkeling te beloven. Uit magnum toont de wijn zich jonger en geslotener dan uit fles, met duidelijk meer reserve in de afdronk — schenk hem een uur van tevoren over, of leg hem weg tot na 2028. Vinous rekent voor dit jaar tot 2033; in dit formaat mag daar nog wat bij. Rond 17 graden, bij bistecca, gebraden lam of een stevige pastasaus.
In Montalcino noemen grootouders hun kleindochters potazzine, naar de kleine, kleurige vogeltjes van het Toscaanse land. Zo noemde oma de dochters van eigenaresse Gigliola Giannetti, Viola en Sofia — en het domein groeide met hen mee: Viola werd geboren in 1993, het oprichtingsjaar, en bij Sofia's komst in 1996 kwamen er twee hectare bij, tot de vijf van vandaag.
De Rosso is hier geen bijproduct. Bijna de helft van de Brunello-productie wordt gedeclasseerd tot Rosso: dezelfde wijngaarden, dezelfde wilde gisten, dezelfde veertig dagen gisting — alleen twaalf maanden op de grote Slavonische foeders in plaats van bijna vier jaar. Ongefilterd, zoals alles hier.
Grote formaten maakt het huis in kleine aantallen en niet elk jaar. Van deze jaargang hebben wij er zes.