Drie liter uit een jaar van uitersten, met 97 punten van Wine Enthusiast. Vier flessen onder één kurk — en wij hebben er één. Een fles die de jaargang overleeft waarin hij gemaakt werd.
Helder robijnrood met granaatrode reflecties. De neus geeft geplette munt en geperste roos, geparfumeerd bosfruit, viooltjes en officinale kruiden, met zoete rook en kruidnagel eronder. In de mond strak en precies, met stoffige zwarte kers, een zure citruskant en fluweelzachte tannines. Uit drie liter staat de wijn ver achter op de fles: waar die nu op dronk is, is dit nog een jonge Brunello met een gesloten neus en een structuur die zich vooraan meldt. Dit formaat rekent in decennia, niet in jaren. Openen vanaf 2030, en dan met een karaf en veel tijd. Serveren rond 18 graden, bij wild of gebraden rood vlees.
In Montalcino noemen grootouders hun kleindochters potazzine, naar de kleine, kleurige vogeltjes van het Toscaanse land. Zo noemde oma de dochters van eigenaresse Gigliola Giannetti, Viola en Sofia — en het domein groeide met hen mee: Viola werd geboren in 1993, het oprichtingsjaar, en bij Sofia's komst in 1996 kwamen er twee hectare bij, tot de vijf van vandaag.
De Brunello wordt hier traditioneel gemaakt: een spontane vergisting van dertig tot vijfendertig dagen op eigen wilde gisten, zonder temperatuurbeheersing, gevolgd door veertig maanden in botti van 30 en 50 hectoliter Slavonisch eiken van Garbellotto. Ongefilterd.
Vijf hectare, 35.000 flessen per jaar, en daarvan een enkel exemplaar in dit formaat. Zeldzamer wordt het niet.