De hoogst gewaardeerde gewone Brunello die dit huis ooit maakte, in drie liter. Vinous 98, Decanter 96, Parker 96, Wine Spectator 95. Wij hebben er één.
Diep robijnrood met de eerste granaatrode gloed. De neus is meeslepend en gelaagd: gedroogde bloemen, herfstige specerijen, kersen met een cederrand en een vleugje kruidnagel, en daarachter viooltjes, wierook en leer. In de mond glijdt de wijn over het gehemelte met een textuur van pure zijde, waarna donkere kers en vermalen steen met verrassende intensiteit doorkomen. De lange, krijtachtige tannines omsluiten alles zonder te knijpen en laten ruimte voor een sappige zuurgraad. De afdronk is onwaarschijnlijk lang. Uit drie liter is dit alles nog jong: vanaf 2032, en dan tot ver voorbij 2043. Serveren rond 18 graden, bij wild, truffel of een rijpe kaas.
In Montalcino noemen grootouders hun kleindochters potazzine, naar de kleine, kleurige vogeltjes van het Toscaanse land. Zo noemde oma de dochters van eigenaresse Gigliola Giannetti, Viola en Sofia — en het domein groeide met hen mee: Viola werd geboren in 1993, het oprichtingsjaar, en bij Sofia's komst in 1996 kwamen er twee hectare bij, tot de vijf van vandaag.
De Brunello wordt hier traditioneel gemaakt: een spontane vergisting van ruim veertig dagen op eigen wilde gisten, zonder temperatuurbeheersing, gevolgd door tweeënveertig maanden in botti van 30 en 50 hectoliter Slavonisch eiken van Garbellotto. Ongefilterd.
De producent noemt 2019 klimatologisch wisselvallig: een warm, droog voorjaar, veel regen in mei die reserves gaf, en daarna een zeer hete zomer. De hoogte deed de rest.