De 98-punter van Vinous in anderhalve liter. Bij een wijn die nu al tot 2043 wordt gerekend, is de magnum niet decadent maar verstandig: hij rijpt trager en gelijkmatiger.
Diep robijnrood met paarse weerschijn. De neus geeft na zwenken gedroogde viooltjes en rozen, zwarte kers en zwarte bes, cederstof, salie en een rokerige ondertoon. In de mond is de wijn vol en geconcentreerd, met fluweelzachte textuur, wilde aardbei en een fijne citruskant die de rijpheid optilt; de tannines zijn strak maar bewegen richting zijde. Uit magnum is alles nog een slag geslotener en jonger dan uit fles — het fruit staat vooraan, de structuur houdt zich duidelijk in. Leg hem weg tot ver in de jaren dertig, of karaffeer hem ruim drie uur van tevoren. Reken op 2032 als vroegste moment, en dan tot ver in de jaren veertig.
In Montalcino noemen grootouders hun kleindochters potazzine, naar de kleine, kleurige vogeltjes van het Toscaanse land. Zo noemde oma de dochters van eigenaresse Gigliola Giannetti, Viola en Sofia — en het domein groeide met hen mee: Viola werd geboren in 1993, het oprichtingsjaar, en bij Sofia's komst in 1996 kwamen er twee hectare bij, tot de vijf van vandaag.
De Brunello wordt hier traditioneel gemaakt: een spontane vergisting van ruim veertig dagen op eigen wilde gisten, zonder temperatuurbeheersing, gevolgd door ruim drie jaar in botti van 30 en 50 hectoliter Slavonisch eiken van Garbellotto. Ongefilterd. Le Prata en La Torre rijpen apart en komen pas bij botteling samen.
Met een productie van zo'n 35.000 flessen per jaar is dit een klein huis. Grootformaten komen daar in enkele exemplaren uit voort.