Drie liter van de hoogst gewaardeerde recente jaargang: Vinous 98 punten. Vier flessen onder één kurk, die deze Brunello tot ver na 2045 jong houden.
Diep robijnrood met paarse weerschijn. Na zwenken komen gedroogde viooltjes en rozen, zwarte kers en zwarte bes, cederstof, salie en een rokerige ondertoon. In de mond vol en geconcentreerd, met fluweelzachte textuur, wilde aardbei en een citruskant die de rijpheid optilt; de tannines zijn strak en nog volop in ontwikkeling. Uit drie liter is de wijn onmiskenbaar in de kinderschoenen: de neus is terughoudend, de structuur staat vooraan en het fruit komt pas na uren. Dit is een fles om weg te leggen, niet om te openen. Vanaf 2032, en dan nog decennia. Serveren rond 18 graden, bij een gebraad dat er tegenop kan.
In Montalcino noemen grootouders hun kleindochters potazzine, naar de kleine, kleurige vogeltjes van het Toscaanse land. Zo noemde oma de dochters van eigenaresse Gigliola Giannetti, Viola en Sofia — en het domein groeide met hen mee: Viola werd geboren in 1993, het oprichtingsjaar, en bij Sofia's komst in 1996 kwamen er twee hectare bij, tot de vijf van vandaag.
De Brunello wordt hier traditioneel gemaakt: een spontane vergisting van ruim veertig dagen op eigen wilde gisten, zonder temperatuurbeheersing, gevolgd door ruim drie jaar in botti van 30 en 50 hectoliter Slavonisch eiken van Garbellotto. Ongefilterd. Le Prata en La Torre rijpen apart en komen pas bij botteling samen.
Vijf hectare, 35.000 flessen, en daarvan een handvol in dit formaat. Wij hebben er twee.