Vijf liter Brunello van een 98-punter — het eerste exemplaar van dit formaat dat wij ooit van Le Potazzine hebben gehad. Er is er één.
Diep robijnrood met paarse weerschijn. Na zwenken gedroogde viooltjes en rozen, zwarte kers en zwarte bes, cederstof, salie en een rokerige ondertoon. In de mond vol en geconcentreerd, fluweelzacht van textuur, met wilde aardbei en een citruskant die de rijpheid optilt; de tannines zijn strak en volop in ontwikkeling. Uit vijf liter is dit nauwelijks een wijn om te beoordelen — hij is nog niet begonnen. Wat u nu proeft is potentieel: dichtheid, spanning en een afdronk die maar niet ophoudt. Wegleggen tot minstens 2035, en dan met tien man aan tafel. Karafferen is dan geen vraag maar een voorwaarde.
In Montalcino noemen grootouders hun kleindochters potazzine, naar de kleine, kleurige vogeltjes van het Toscaanse land. Zo noemde oma de dochters van eigenaresse Gigliola Giannetti, Viola en Sofia — en het domein groeide met hen mee: Viola werd geboren in 1993, het oprichtingsjaar, en bij Sofia's komst in 1996 kwamen er twee hectare bij, tot de vijf van vandaag.
De Brunello wordt hier traditioneel gemaakt: een spontane vergisting van ruim veertig dagen op eigen wilde gisten, zonder temperatuurbeheersing, gevolgd door ruim drie jaar in botti van 30 en 50 hectoliter Slavonisch eiken van Garbellotto. Ongefilterd. Le Prata en La Torre rijpen apart en komen pas bij botteling samen.
Dit is de eerste vijfliter die wij van Le Potazzine hebben gehad. Wij bezitten er één.